dichter op het nieuws – 28 maart 2020

Toekomst

Ik wilde een taart bakken voor mijn verjaardag maar ik had geen toekomst meer.
Ook in de winkel was het schap leeg. Iemand mompelde
dat hij niet wist of toekomst in het assortiment zou blijven.

Op weg naar huis zag ik een meisje lopen, de handen vol morgen.
Ik vroeg waar die nieuwe uren vandaan kwamen maar ze mocht niet delen
met vreemden, haar moeder had extra tijd nodig.

De buren waren thuis. Ik belde aan om wat toekomst te lenen,
ze gaven me brood. Al onze dagen zitten hierin, zeiden ze. Eet,
morgen komt vanzelf en morgens komen niet met lege handen.